Gedragsverwachtingen

Schoolbrede aanpak gedragsverwachtingen

 

Om een goed sociaal veilig klimaat te creëren, heeft SBO de Schakel gekozen voor een schoolbrede aanpak waarbij een team zich richt op het stimuleren van gewenst gedrag van leerlingen vanuit de kernwaarden van PBS (Positive Behavior Support), namelijk vriendelijkheid (respect), veiligheid en verantwoordelijkheid.
 

De school is één van de plekken waar kinderen vaardigheden kunnen leren om zich op sociaal emotioneel gebied te ontwikkelen, zowel voor zichzelf als voor anderen. Hiervoor is het van belang dat kinderen in iedere onderwijssituatie weten welk gedrag er van hen verwacht wordt. Tijdens de gymlessen, op het schoolplein en in vrije situaties komen kinderen intensief met elkaar in contact. Hier komen deze gedragsverwachtingen aan de orde, zoals een respectvolle omgang met elkaar, met regels en met autoriteit. Deze regels zijn concreet beschreven en in termen van waarneembaar gedrag, duidelijk en eenduidig (alle leerlingen weten precies wat er van hen verwacht wordt), positief, kort en bondig en in de actieve vorm (voorbeeld: ik loop rechts op de trap). Door deze gedragsverwachtingen aan te leren weten kinderen wat er van hen verwacht wordt, maar kunnen ze deze verwachtingen ook begrijpen, oefenen en toepassen. Om het gedrag te kunnen inoefenen, zetten wij gedragsverwachtingen centraal. Per twee weken staan er twee gedragsregels centraal: één voor binnen en één voor buiten. De regel komt in de klas te hangen, maar ook op centrale plekken in de school.


In die weken wordt specifieke aandacht gegeven aan deze regels en deze wordt dagelijks ingeoefend volgens het onderstaande stappenplan:

Stap 1: de leerkracht legt uit welke gedragsverwachting er centraal staat en waarom (belang).
Stap 2: de leerkracht laat het gedrag zien zonder te praten, alsof je toneelspeelt.
Stap 3: de leerkracht vraagt aan de kinderen wat ze gezien hebben en vraagt door totdat alle details die zijn waargenomen benoemd zijn.
Stap 4: de leerkracht vraagt één of meer leerlingen om het gedrag ook voor te doen.
Stap 5: de leerkracht vraagt opnieuw wat de leerlingen hebben gezien.
Stap 6: alle leerlingen krijgen de kans om oefenen met het gedrag.
Stap 7: de leerkracht geeft gerichte feedback (tips en tops: wat ging goed, wat doen we de volgende keer nog anders).


Ongewenst gedrag (dus afwijken van de gedragsverwachting) wordt alleen voorgedaan door de volwassenen. De leerkracht benoemt kort voordat het gedrag bij stap 6 geoefend gaat worden stap 1 t/m 5. Hierdoor kunnen leerlingen direct het gedrag laten zien en hiervoor complimenten krijgen.